De provincie Gelderland ziet af van het afschieten van de wolf bij Voorthuizen. Het provinciebestuur heeft besloten geen nieuwe vergunning aan te vragen. Aanleiding is de afname van het aantal recente aanvallen op schapen op de Veluwe.
De betreffende wolf werd vorig jaar zomer in verband gebracht met bijna twintig aanvallen op vee. Acht incidenten zijn via DNA-onderzoek aan hetzelfde dier gekoppeld. Opvallend daarbij was dat meerdere schapen achter wolfwerende hekken stonden. Daarom kwalificeerde de provincie het dier als probleemwolf. In september werd een vergunning verleend om het dier af te schieten. Het betrof de eerste keer dat een provincie in Nederland een dergelijke maatregel nam na aanvallen op vee.
Vergunning na juridische procedure stilgelegd
Tegen het besluit werd bezwaar gemaakt door belangenorganisaties. Zij stelden dat onvoldoende vaststond of de wolfwerende rasters volledig voldeden aan de richtlijnen. Daarbij ontstond discussie over de hoogte van de hekken en mogelijke opstapmogelijkheden voor het dier.
Tijdens de rechtszitting oordeelde de rechter kritisch over de onderbouwing van het besluit. Volgens de rechtbank was onvoldoende gemotiveerd waarom afschot noodzakelijk was en waarom alternatieve maatregelen niet waren onderzocht. De vergunning werd daarop geschorst.
Minder incidenten op de Veluwe
Inmiddels constateert de provincie dat het aantal meldingen van aanvallen in en rond Voorthuizen is afgenomen. Daarom wordt geen nieuwe aanvraag voor afschot ingediend. De situatie op de Veluwe blijft wel gemonitord.
Afschot juridisch en praktisch complex
Het doden van een wolf blijkt in de praktijk complex. Er gelden strikte voorwaarden voor locatie, tijdstip en uitvoering. Zo mag alleen binnen een vooraf vastgesteld gebied worden opgetreden en uitsluitend onder specifieke omstandigheden. Daarnaast moet publieke verstoring worden voorkomen.


