Defensie past de oefenprocedures aan op militaire oefenterreinen, nadat eerder dit jaar natuurbranden ontstonden tijdens oefeningen op onder meer de Veluwe en in Brabant. Daarbij gingen grote natuurgebieden verloren na het gebruik van munitie.
Na een evaluatie van de incidenten wordt het bestaande protocol voor oefenen bij verhoogd natuurbrandgevaar aangescherpt. Bij een verhoogd risico (fase 2) mag de zogenoemde springput op het Artillerie Schietkamp ’t Harde alleen nog worden gebruikt wanneer de brandweer direct in de nabijheid paraat staat.
Een springput is een gecontroleerde locatie waar explosieven tot ontploffing worden gebracht. Volgens Defensie is bij de eerdere brand op ’t Harde vermoedelijk brand ontstaan doordat hete deeltjes uit de springkuil zijn weggeslingerd.
Daarnaast krijgen terreinopzichters de bevoegdheid om oefeningen te stoppen of uit te stellen bij verhoogd risico. Ook wordt vastgelegd dat bij gebruik van bepaalde munitie binnen 25 meter brandbestrijding aanwezig moet zijn. Die norm bestond nog niet.
De aanscherping volgt op meerdere natuurbranden die eind april uitbraken op militaire oefenterreinen, waaronder op de Veluwe. Defensie stelt dat oefenen noodzakelijk blijft, maar dat de veiligheidsmaatregelen worden aangepast om het risico op natuurbranden te beperken.


